In L’inhumain: Causeries sur le temps (1988) richt de Franse filosoof Jean François Lyotard (1924-1998) een opvallend verwijt aan de Frankfurter Schule. Alhoewel hij hun analyse van de cultuurindustrie grotendeels volgt, is er een fundamenteel probleem in aanwezig: “Deze diagnose, of ze nu positief of negatief is, valt nog onder de uitgangspunten van het humanisme. De feiten zijn echter meerduidig.” Lyotard legt verder niet uit wat hij bedoelt met deze ‘humanistische diagnose’. Hoe kunnen we dit…
Read moreIn L’inhumain: Causeries sur le temps (1988) richt de Franse filosoof Jean François Lyotard (1924-1998) een opvallend verwijt aan de Frankfurter Schule. Alhoewel hij hun analyse van de cultuurindustrie grotendeels volgt, is er een fundamenteel probleem in aanwezig: “Deze diagnose, of ze nu positief of negatief is, valt nog onder de uitgangspunten van het humanisme. De feiten zijn echter meerduidig.” Lyotard legt verder niet uit wat hij bedoelt met deze ‘humanistische diagnose’. Hoe kunnen we dit verwijt plaatsen in zijn denken? Dit artikel gebruikt deze netelige kwestie om Lyotards verhouding tot het neomarxisme uit te zoeken. (...) In L’inhumain en Moralités postmodernes (1993) formuleert Lyotard een systeemanalyse die zich expliciet verhoudt tot het postmodernisme, waarin de notie van ‘technowetenschap’ centraal komt te staan. Deze teksten worden soms als een verdoken accelerationisme gelezen, pleitend voor een expansie van het kapitalisme. Klopt deze visie? De laatste tien jaar is er een andere interpretatie van deze latere Lyotard populair geworden, waar hij in een techniekfilosofische traditie geplaatst wordt. Deze notie van technowetenschappen leidt tot een kritische systeemanalyse waar het ‘postmoderne ongeloof’ van Lyotard juist een uitgangspunt vormt, in plaats van een obstakel. Het lijkt erop dat de beschreven frictie tussen het postmodernisme en het marxisme in deze werken op een merkwaardige manier gemedieerd wordt. Dit niet zonder het spanningsveld te verschuiven naar een nieuwe as, die misschien tevoorschijn komt uit Lyotards verwijt aan de Frankfurter Schule.